
Zondag staat met Parijs-Roubaix opnieuw een van de meest mythische wedstrijden op de kalender. De “Hel van het Noorden” spreekt al generaties lang tot de verbeelding als een van de Monumenten op de wielerkalender. Met meer dan 50 kilometer aan kasseien is spektakel gegarandeerd onder een wolk van stof. Met een overwinning komt Mathieu van der Poel tussen de recordhouders, maar Pogacar jaagt zijn lege pleik in de prijzenkast na. Of gaan als twee honden vechten om een been, een derde er mee heen?
Een parcours vol kasseien en stof
Het recept van Parijs-Roubaix is al jaren hetzelfde, en net dat maakt de koers zo fantastisch. Vanuit Compiègne trekken de renners eerst zo’n 100 kilometer door de Noord-Franse vlaktes. In totaal wachten 30 kasseistroken, goed voor 54,8 kilometer pure chaos. De eerste stroken dienen vooral als opwarmertjes maar de intensiteit ligt meteen hoog. De organisatie probeert al jaren de koers vroeger open te breken met meerdere sectoren kort na elkaar. Toch blijft het kantelpunt van de wedstrijd steevast hetzelfde: de Trouée d’Arenberg. De lange, kaarsrechte strook door het Bos van Wallers is berucht en vaak de eerste beslissing. Wie hier slecht gepositioneerd zit of pech kent, kan zijn ambities nagenoeg zeker opbergen.
Na Arenberg volgt een uitputtingsslag van nog 100 kilometer, waarin de ene kasseistrook de andere opvolgt. Mons-en-Pévèle vormt traditioneel een tweede kantelpunt, waar de sterksten zich ieder jaar opnieuw tonen. De echte finale wordt meestal geschreven op de Carrefour de l’Arbre. Gekend als een van de zwaarste stroken van het parcours, worden daar vaak de definitieve verschillen gemaakt. Van daaruit is het nog een kwestie van overleven richting de wielerbaan van Roubaix. De finish in Roubaix is even iconisch als de wedstrijd zelf.
Favoriet Van der Poel jaagt op geschiedenis
De afgelopen jaren was Parijs-Roubaix het terrein van Mathieu van der Poel. De Nederlander won de laatste drie edities en kan nu een historisch statement maken. Een vierde zege zou hem naast legendes als Roger De Vlaeminck en Tom Boonen plaatsen. In principe komt Mathieu daar zelfs boven, want hij zou de eerste renner zijn die vier keer na elkaar wint.
Zijn dominantie is indrukwekkend. In 2025 reed hij opnieuw weg op de kasseien, nadat Tadej Pogacar in de finale de bocht uit ging en zo een 20-tal seconden verloor. Het verschil groeide uiteindelijk tot meer dan een minuut. Het typeert hoe Van der Poel deze koers naar zijn hand kan zetten als explosief, technisch sterke renner.
Toch lijkt de tegenstand sterker dan ooit. Tadej Pogacar blijft de grootste uitdager. De Sloveen bewees al in de Ronde van Vlaanderen, die hij dit jaar dominant won, dat hij ook op kasseien het verschil kan maken. Zijn agressieve stijl past bij Roubaix, maar het geluk moet ook aan zijn zijde staan. Vorig jaar toonde hij zich zeker in de buurt van Mathieu, dit jaar lijkt hij nog een tikkeltje beter te zijn.
Aan Belgische zijde wordt opnieuw gekeken naar Wout van Aert. Hij toonde in de aanloop naar deze klassieker dat de vorm aanwezig is, al ontbrak het hem de voorbije weken aan een overwinning. Parijs-Roubaix is een koers waarin ervaring en doorzettingsvermogen vaak even belangrijk zijn als pure kracht. Wat zou het mooi zijn als Wout zijn goede vorm kan bekronen met een Monument als deze.
Daarnaast staan er nog tal van outsiders aan de start. Mads Pedersen, Filippo Ganna en Jasper Philipsen hebben elk hun eigen troeven en bewezen al dat ze deze wedstrijd aankunnen. Zeker in een koers waar pech, positionering en timing zo’n grote rol spelen, kan het scenario snel kantelen. Zij staan klaar wanneer de favorieten iets zouden laten liggen, maar die kans lijkt ons klein.