
Zaterdag 7 maart vormt Siena opnieuw het decor voor een van de meest fotogenieke koersen van het voorjaar. De Strade Bianche viert haar twintigste editie op een licht ingekort parcours van 201 kilometer. Met maar liefst 64 kilometer aan sterrati, de gekende witte grindwegen, blijft deze Toscaanse klassieker een slijtageslag pur sang. Pogacar jaagt op zijn vierde zege maar er zijn kapers op de kust!
Een fenomenaal parcours vol wit grind
Na enkele jaren waarin de wedstrijd telkens wat langer werd, kiest de organisatie dit seizoen voor een stapje terug. Die inkorting maakt de wedstrijd er niet makkelijker op want vanaf de start krijgen de renners sterrati voor de wielen geschoven. Golvende wegen, stevige hellingen, verraderlijke afdalingen, draaien en keren … Het is een ware hel voor wie zich niet comfortabel zou voelen op de fiets.
De aankomst blijft iconisch. De Via Santa Caterina klimt in de laatste 500 meter aan gemiddeld 12%, met pieken tot 16%. Het is de plek waar Wout van Aert vroeger helemaal parkeerde, maar in 2020 wel als laatste Belgische winnaar zijn slag sloeg. Eenmaal boven volgen enkele snelle bochten waarna de renners het Piazza del Campo opdraaien. Hier als winnaar over de meet komen, voelt meteen als wielergeschiedenis.
Sloveense favoriet en veel outsiders
De Strade Bianche is jong maar de erelijst leest als een klassieker. Fabian Cancellara en Tadej Pogacar delen het record met drie overwinningen. Pogacar evenaarde dat record vorig jaar en krijgt nu, net als de Zwitser, een gravelstrook naar zich vernoemd. De Colle Pinzuto draagt voortaan symbolisch zijn naam want daar plaatste hij in 2025 zijn beslissende demarrage.
Het is dan ook geen verrassing dat de Sloveense wereldkampioen opnieuw als topfavoriet start. Hij heeft nog geen meter gekoerst in 2026, maar dat bleek in het verleden geen hinderpaal. Met zijn klimcapaciteiten en durf kan hij op elk moment de koers openbreken. In de laatste vier Strades die hij reed won hij er drie, wie kan hem nog wat in de weg leggen?
Tom Pidcock geldt als een van de weinigen die Pogacar in theorie kan volgen. De Brit eindigde in al zijn deelnames in de top vijf en won in 2023. Hij combineert technische kwaliteiten op gravel met punch op steile hellingen. Naast Pidcock vindt Pogacar ook een uitdager in eigen rangen. Bij UAE Emirates XRG is Isaac Del Toro namelijk een extra troef. De jonge Mexicaan maakte indruk in de UAE Tour en beschikt over het perfecte profiel om op de sterrati het verschil te maken, al blijft Pogacar uiteraard de kopman.
We zagen in Frankrijk tijdens de voorjaarsritten al enkele klimmers aan het werk. Paul Seixas bevestigde zijn uitzonderlijke talent met een meesterlijke zege in de Ardèche Classic. Met bijna twee minuten voorsprong kwam hij solo aan, een beetje zoals die ene Sloveense topfavoriet in de Strade.
En dan is er Wout van Aert. De Belg keert terug naar Siena, waar hij eerder al won en tweemaal als derde eindigde. Zijn vorm blijft een vraagteken, pech blijft het achtervolgen met een lekke band in Le Samyn, maar dit kan wel eens de ideale rit zijn om een statement te maken. We kijken ook naar onze andere landgenoten die hier zeker kans maken, namelijk Florian Vermeersch en Lennert Van Eetvelt. In een koers die vroeg zal openbreken, zijn zij twee namen die nagenoeg altijd in de groep voorin zullen zitten. Wij dromen alvast van een Belgische winnaar op de Piazza del Campo!