
Het WK 2026 staat voor de deur en de verwachtingen zijn torenhoog. Voor het eerst wordt het toernooi georganiseerd in drie landen met wedstrijden in de Verenigde Staten, Mexico en Canada. Op papier steken vooral Frankrijk en Spanje erbovenuit. Dat zijn de twee landen met de meeste individuele kwaliteit en een recente toernooigeschiedenis die vertrouwen geeft. Daarachter volgt een brede groep outsiders met Brazilië, Portugal, Engeland, Duitsland en Argentinië als grootste namen. Onze Duivels mogen ons verrassen, al lijkt een wereldtitel iets te hoog gegrepen.
Frankrijk heeft bijna twee topelftallen
Frankrijk begint opnieuw als een van de te kloppen landen. De ploeg van Didier Deschamps beschikt over een kern waar bijna elke bondscoach jaloers op zou zijn. In elke linie loopt wereldklasse rond en zelfs de bank van Les Bleus oogt sterker dan de basisploeg van veel andere landen op dit WK.
Kylian Mbappé blijft uiteraard het gezicht van deze generatie maar Frankrijk is meer dan die ene superster. De Fransen hebben snelheid, kracht, ervaring, scorend vermogen en defensieve zekerheid. Daardoor kunnen ze verschillende soorten wedstrijden winnen. Ze kunnen domineren, maar ook als laag blok staan om toe te slaan op de counter.
De grootste vraag ligt niet bij de kwaliteit, maar bij de aanpak. Laat Deschamps zijn ploeg echt voetballen of kiest hij opnieuw voor controle en voorzichtigheid?
Spanje wil Europese titel opvolgen met wereldtitel
Spanje is de tweede topfavoriet. De regerende Europese kampioen maakte twee jaar geleden bijzonder veel indruk en is sindsdien niet zwakker geworden. De kern is weer wat meer ervaren, de automatismen zijn extra ingeslepen … La Roja combineert balbezit met tempo en controle met individuele flitsen. In tegenstelling tot sommige vorige Spaanse generaties blijft deze ploeg niet eindeloos rondspelen zonder dreiging. Er zit veel meer diepgang in het spel, zeker via de flanken.
Toch zijn er vraagtekens. Lamine Yamal moet topfit zijn om het verschil te maken op het hoogste niveau. Ook Nico Williams kende een moeilijker seizoen, waardoor Spanje net op de posities waar het verschil gemaakt kan worden nog wat onzekerheid meeneemt. Als die twee jonge sterren hun beste niveau halen, heeft Spanje misschien wel de gevaarlijkste aanval van het toernooi.
De outsiders staan klaar om toe te slaan
Achter Frankrijk en Spanje staat een hele rij landen die net iets meer vragen oproepen, maar absoluut genoeg kwaliteit hebben om wereldkampioen te worden. Brazilië blijft offensief indrukwekkend maar moet onder Carlo Ancelotti bewijzen dat het opnieuw een echte toernooiploeg kan worden. Portugal heeft een sterke selectie mee naar dit WK, al blijft de vraag hoe Roberto Martinez omgaat met Cristiano Ronaldo. Engeland wordt door velen hoog ingeschat, maar moet tonen dat het in grote wedstrijden ook mentaal klaar is.
Ook Duitsland en regerend wereldkampioen Argentinië mag je nooit afschrijven. België start niet als topfavoriet, maar wel met vertrouwen. Als De Bruyne top is en Lukaku richting de knock-outfase groeit, mogen de Duivels dromen. We hopen er alvast op!