
De Tour 2026 belooft opnieuw een duel tussen de grootsten in het hedendaagse wielrennen te worden. Tadej Pogacar jaagt op een vijfde eindzege, terwijl Jonas Vingegaard voor het eerst met een Giro in de benen naar de Grand Départ komt. Onze Belgische hoop ligt op Evenepoel die uit is op revanche na zijn opgave van vorig jaar. De chouchou van Frankrijk, Paul Seixas, rijdt dan weer zijn allereerste Tour. Het belooft een loodzware editie te worden met Pogacar als grote favoriet.
Parcours met pittige Départ en loodzwaar einde
De Tour vertrekt dit jaar in Barcelona en doet dat meteen met een ploegentijdrit. De tijden tellen individueel, waardoor klassementsmannen in de finale niet zullen wachten op ploegmaats die overboord gaan. Wie vanaf de eerste dag scherp is, kan meteen een stevige tik uitdelen aan zijn tegenstanders. Ook daarna krijgen de favorieten weinig tijd om in het ritme te komen. Rit twee eindigt opnieuw op de Montjuïc, rit drie trekt al richting Pyreneeën en in rit zes wacht met Gavarnie-Gèdre de eerste echte klimtest.
Na de eerste rustdag volgen het Centraal Massief en de Vogezen met Le Lioran en Le Markstein als lastige tussenstations. Verder wacht in de tweede week de Plateau de Solaison, een zware aankomst bergop die de benen voor de slotweek al flink kan beschadigen. De slotweek wordt allesbeslissend: eerst een individuele tijdrit, daarna drie Alpenritten. Vooral de dubbele afspraak met Alpe d’Huez springt eruit, met onder meer de Croix de Fer, Télégraphe, Galibier en de Sarenne-kant als scherprechters.
Pogacar tegen Vingegaard: de weg naar geel
Tadej Pogacar start als titelverdediger en topfavoriet. De Sloveen won de Tour al vier keer en kan met een vijfde eindzege naast legendes als Eddy Merckx, Bernard Hinault, Jacques Anquetil en Miguel Indurain komen. Zijn opbouw was lichter dan anders, maar de resultaten die hij reed waren indrukwekkend. Waar Pogacar startte, reed hij de tegenstand in de vernieling.
Toch blijft de grote vraag dit jaar: kan iemand hem op drie weken pijn doen? Jonas Vingegaard is de enige renner die daar de voorbije jaren echt in slaagde. De Deen koos dit seizoen voor een zware route richting de Tour. Hij won Parijs-Nice, de Ronde van Catalonië en de Giro. Die aanpak is tegelijk zijn grote gok. Vingegaard gelooft dat hij in zijn tweede grote ronde van het jaar betere waardes kan trappen dan in zijn eerste. Als dat klopt, krijgt Pogacar opnieuw zijn gevaarlijkste rivaal tegenover zich. Als die Giro toch sporen nalaat, kan het verhaal snel kantelen en kan de slotweek een maat voor niets worden. Daar komt bij dat Visma-Lease a Bike niet in zijn meest stabiele vorm naar de Tour trekt. Wout van Aert ontbreekt door een ellebooginfectie, Christophe Laporte is er evenmin bij en ook achter de schermen bewoog er veel.
Evenepoel droomt van podium, maar er zijn uitdagers op de loer
Voor Remco voelt deze Tour als een nieuwe start. Vorig jaar stapte hij na een loodzware periode uit op de Tourmalet. De combinatie van een verstoorde winter, een gebroken rib en een lichaam dat nooit helemaal hersteld was, bleek te veel. Nu begint hij aan zijn eerste Tour in het shirt van Red Bull-Bora-Hansgrohe.
De vraag is niet of Evenepoel klasse heeft, maar hoe dicht hij bij Pogacar en Vingegaard is gekomen. Na de twijfels in Luik-Bastenaken-Luik werkte hij in stilte aan zijn Tourvorm. De tijdrit in de slotweek ligt hem uitstekend, maar het is de opeenvolging van bergritten die zullen bepalen of hij opnieuw voor het podium kan meedoen.
Binnen zijn eigen ploeg is er Florian Lipowitz. De Duitser is geen knecht zonder ambitie, maar een renner die zelf in aanmerking komt voor een top-5 plaats. Als de rangorde tussen beiden onduidelijk blijft, kan het wel eens ongemakkelijk worden. Naast hen staat namelijk een enorme rij aan outsiders. Daarachter volgt een brede rij outsiders. Paul Seixas is amper 19, maar wordt nu al genoemd als de volgende grote uitdager. Juan Ayuso start bij Lidl-Trek met bewijsdrang, terwijl Lenny Martinez, Richard Carapaz, Mattias Skjelmose en Cian Uijtdebroeks hopen op een stunt.